AvondvraagAnkie Peypers 译

Question du soirEugène Guillevic 译


Wanneer de avond als een zachte deken
Le soir, quand tendrement la géante nourrice
van donker glad fluweel, die wordt gespreid
Etale sur la terre un manteau noir et lisse
door een reusachtige voedster,
Fait d'un si fin velours que l'herbe qu'il recouvre
de aarde weer langzaam bedekt,
Ne courbe pas le front; si fin, que, des fleurs, s'ouvre
zo behoedzaam dat geen grashalm
Sans peine sous son poids, l'éventail irisé
buigt onder dat donzen dek,
Et que le papillon, s'il vient à se poser
geen kroonblad kreukelt
Sur ce voile léger, tout immatériel,
en het sierlijke vleugelpaar van de vlinder
Y conserve l'émail qu'il prit à l'arc-en-ciel,
het regenboogkleurig email niet verliest
Alors, où que tu sois, quelque part dans le monde,
en uitrust in de schaduw van
Dans une chambre morne où ton œil vagabonde;
dit luchtig glad fluweel waarvan
Rêvassant au café où flambent dans les glaces
zelfs vlinders het gewicht niet voelen,
Comme autant de soleils les bobèches du gaz;
dan kunt ge gaan waarheen ge wilt,
Ou veillant, fatigué, sur le flanc des collines,
thuisblijven in uw bruine trieste kamer,
Avec ton chien, la lune veule qui chemine;
of in een koffiehuis met strakke ogen volgen
Ou bien, conduit par un cocher ensommeillé,
hoe de ene gaslamp na de andere gaslamp
Cahotant dans l'ornière aride d'un sentier;
geelglanzend wordt aangestoken
Où que tu sois: sur un bateau, le cœur houleux,
of, moegelopen door de heuvels, met uw hond
Ou bien a l'aise assis dans un train luxueux;
door het lover kijken naar de luie maan
Errant à l'étranger dans les immenses villes,
of op een stofbedekte landweg rijden
Désœuvré, admirant aux carrefours les files
achter de koetsier die knikkebolt en slaapt
Des réverbères, sur deux rangs, à l’infini
of deinen op het voordek van een schip
Des rues, des boulevards, des places dans la nuit;
dat zeeziek maakt of in de kussens van een trein
Ou bien encore aux bords de la Riva, rêvant
of dwalen door een onbekende stad,
Quand la glace d'opale a des reflets mouvants,
een hoek om slenteren en vol bewondering
Où que tu sois, songeant aux bonheurs enfouis
kijken naar het ver verschiet van straten
Dont le doux souvenir te dévore aujourd'hui,
met hun dubbele rij van lichten
A l'âge qui n'est plus, comme se meurt la lampe
of aan de kade in de havenbuurt waar het water
Enchanteresse, à l'âge vrai qui déja trempe
in een spiegelbeeld met mat opaal het licht versplintert
Dans l'irréel et dont la mémoire, toujours
mijmerend denken aan een ver verleden,
Ne cesse pas d'être un trésor et d'être lourd
zachte droefgeestige herinnering
Et devant lui doit se courber la tête, lasse
aan een voorbije jeugd die als een toverlamp
De se ressouvenir, vers le marbre qui passe,
een beeld weerkaatst en toch weer niet weerkaatst,
Où que tu sois, dans la beauté, dans les délices,
herinneringen die nooit koel zijn en
Làche, tu songeras devant le précipice:
die een last zijn en toch rijkdom zijn:
A quoi bon ces beautés, à quoi bon ce que j'aime?
uw hoofd, zwaar van herinneringen, kunt ge daar
Solitaire, toujours, tu songeras quand même:
op het marmer of de aarde laten rusten,
A quoi bon les flots bleus, le marbre bigarré?
maar wandelend tussen schoonheid en lust
Et le soir, à quoi bon son velours éthéré?
voelt ge steeds die lafhartige gedachte:
Les collines pourquoi? Pourquoi donc les feuillages?
waartoe al die schoonheid?
Et la mer où jamais semence n'est jetée?
steeds blijft ge, verlaten, denken:
Le flux et le reflux? A quoi bon le rivage?
waartoe dit fluwelige water en dit bonte marmer,
Et les nuages, Danaïdes tourmentées?
waarom de avond, deze gevleugelde deken
Roc brûlant de Sisyphe, à quoi bon le soleil?
waarom de heuvels en waarom het lover
Pourquoi les souvenirs, les passés, le réveil?
en de zee, waarin geen zaaier zaait,
Pourquoi les lampes? dans le ciel, pourquoi les lunes?
waarom de sloot, waarom eb en vloed
L'interminable temps, les heures une à une?
en de wolken, trieste Danaïden
Prends un exemple, prends le brin d'herbe obstiné;
en de zon, die brandende Sysifussteen?
Pourquoi donc pousse-t-il puisqu'il doit se faner?
waarom de herinnering en het verleden,
Pourquoi se fane-t-il puisqu'il doit repousser?
waarom de lampen en de manen,

waarom de oneindige tijd?
Guillevic et Jean Rousselot
of neem als voorbeeld de kleine grashalm:
waarom groeit gras als het toch verdort,
waarom verdort het als het toch weer groeit?


添加译本