Zachtjes weggaan, op de toppen van je tenen.
En daarvoor zwijgen. Niet voor de laatste
maar nu voor de eerste keer de aarde zien,
de golven van de wijnkleurige zee.
Bij de klank van de scheepshoorn niet eens beven.
Achter in de rij gaan staan, als was het die rij.
Langzaam voortschrijden door de resten
van de tijd, met een last ontdaan van zijn gewicht.
Weten: dit is de enige plicht
die nog wacht, de enige die je nog
moet vervullen, om daarna vrij te zijn.
De enige die je niet zelf zult vervullen.
PoemWiki 评分
暂无评论 写评论