Ik sta in de open deur, de kilte stroomt
naar binnen, een ruwe hemel, de herfstnacht
die ik de laatste denk, al jaren.
Het laatste afscheid, denk ik al jaren.
De wind verheft stapels van wolken
en van mist voor de sterren. Het is donker,
maar wit en grijs, het donker van de mist.
Zoals zielen op de oude schilderijen,
beweegt, draait en kolkt alles wat bestaat.
God, als je bent, waarom ontsteek je geen licht?
God, als je zou zijn, liet je me toch niet
alleen op deze eerste winternacht.
PoemWiki 评分
暂无评论 写评论