Een knaap met grote Mongolenogen
gekweld door weemoedig verlangen
hoedde zijn kudde en begaf zich
naar de beroemde Hortobágy.
Steeds weer was zijn ziel ingesponnen
door schemernevels, spiegelingen.
Maar de ontluikende bloem in hem
wer vertrapt door de mensenhorde.
Denkend aan de dood, wijn, vrouwen
vond hij flonkerend schone beelden.
In andere delen van de wereld
was hij een groot zanger geworden.
Maar hier werd steeds zijn blik gevangen
door grazend vee, morsige herders.
Dan liet hij zijn gezang verstommen
en vloekte hij of floot voor zich heen.
PoemWiki 评分
暂无评论 写评论