Ik ga nu niet naar buiten,
ik ben buiten. Halverwege de palm
en de vijgenboom. Onder de halve
maan, nog zeven uur tot de dauw.
Druppels op het loodkruid.
Hoe heet elk uur
van de nacht, hoe heet elke minuut
van het uur? Als dagen namen hebben,
waarom minuten dan niet?
Elk ogenblik van ons leven
zou een naam moeten hebben
die niet op de onze leek,
die ons vergat. Elke seconde
een cijfer in een register
van oogopslagen, afgeluisterd
gefluister, dichtregels half
om half met kranten,
gefluister van rijp en sneeuw,
het traagste gedicht
van de duur.
Alles een cirkel,
zo rond als een vierkant,
alles voor altijd
getrouwd met zichzelf.
PoemWiki 评分
暂无评论 写评论