Ze wandelen, ze gaan in het park zitten, komen naar buiten, keren
hun gezicht naar de Zon, de Zon, ze gaan zitten, gaan
liggen op het gras, lopen rond tussen de struiken
praten zachtjes, langzaam, zo naast elkaar
en lachen soms ook, iemand lacht scherp
of ze zitten wat op een bankje naar het water te kijken
dat beetje wind over het water, zoals het rimpelt,
ze blijven staan onder de bomen, een vogelgeluid
en wat een sterke geuren, of het Daar bestaat en
hoe het moet zijn dat het stinkt en vuil is en rot
en dat het tenslotte niet uitmaakt waarmee jullie spelen
dan onderzoeken ze de knoppen, betasten de stammen
van de bomen en praten daarover of zwijgen
over de bomen, de struiken en wat dat voor gras is
en over het water, de Zon en de Wind, deze dingen.
PoemWiki 评分
暂无评论 写评论