Voor mijn zoon
Zal het net zo gaan? Zul jij het haten
wanneer ik ‘s ochtends bij het opstaan
mijn keel schraap en mijn neus snuit,
het snot in de wastafel spuug?
Zul jij het sisgeluid haten
als ik mijn blaas leeg?
Zul jij het verfoeien als ik me omdraai
om vrouwen na te kijken, en zenuwachtig
aan mijn handen friemel, of als
het masker van mijn grijns loert
naar goedkeuring op de gezichten om mij heen,
of als ik aan mijn wenkbrauwharen trek,
of aan mijn dunne stoppelbaard krab
met mijn nagels, en als de overhemden
die ik uitdoe mijn oksel blijven dragen?
Zul je walgen als het opborrelende schuim
van mijn redevoeringen jou overspoelt,
enkel opdat je me gelooft,
opdat je in mij gelooft, van wie je weet
wat ik ben – beter dan ik dat zelf weet?
Zul je je afkeren van de tot vervelens toe
bekende grimas van de aap in de dierentuin
die de tralies van zijn rimpels
forceert? Zal het zuiveringszout
van je speeksel
zich in je mond als bijtend zuur
onder je bast vandaan ophopen?
Ik ben de tweedehans-bron van jouw
wereld-doorzwemmende kikkervisvlucht.
Vergeven kun je mij onmogelijk, maar spuug me uit,
Slik je uitgespuugde vader nu niet door!
En jij, mijn vader, vergeef mij!
PoemWiki 评分
暂无评论 写评论