Elk jaar sterft hij en wordt hij geboren,
maar zijn bestaan sterft niet in de winter.
En toch is hij sterfelijk: zijn takkenkroon
zal ooit verbrokkeld worden door de wind
die nu nog nergens is. Zijn stam zal gekliefd worden
door een bliksem die nog slaapt in de tijd.
Zoals zijn vergaan in het bestaan,
zoals het pulseren van winter en lente
in hemzelf. Zoals het weten van zichzelf in de heelheid
van de stilte. Het is meer dan het suizen
van bladeren vallend door het net van de woorden.
Een schepsel, niet in de tijd geworteld.
PoemWiki 评分
暂无评论 写评论