Wie leeft en op is en rondloopt
lo sabe, y tiembla como si de amor se tratara
zegt dat hij niet weet hoe lang
Quizás si aguantáramos, no
hij het volhoudt. Misschien heeft hij op een briefje
buscar y no encontrar nada.
geschreven hoelang, dat hij in zijn zak draagt
Dice el que está a la luz del sol - Señor,
die leeft. Misschien
tu sol me abrasa, nos abrasa
weet iemand het, die beeft alsof
ese sol. O sigue, calla así,
van verliefdheid. Misschien als we het volhielden
y no cuenta a nadie. Y entonces
om niet te zoeken en niets te vinden.
no camina, se para y mira, y tampoco mira
Wie in de zonneschijn zit, zegt, Heer
solamente se calla. No ve
uw zon schijnt op mij, deze zon
lo negro que es aquel sol.
schijnt op ons. Of hij zwijgt zo verder
Dice el que vive que solamente ser,
en zegt tegen niemand een woord. En hij loopt
que ser un poquito no es posible
niet door, blijft staan, kijkt, of kijkt niet eens
Los vivos, tales como son, andan solos,
maar zwijgt. Hij ziet niet
como la máquina. Y andan, tales como
hoe zwart die zon wel niet is.
la máquina. Como la máquina, Señor.
Wie leeft, zegt dat zijn een beetje
maar zijn niet kan.
De levenden, zoals ze zijn, zetten stap na stap
als een machine. En ze stappen
als een machine. Als een machine, Heer.