ApokriefErika Dedinszky 译

АпокрифМайя Цесарская 译


I.
1
Want dan worden alle dingen verlaten.
И всё будет оставлено тогда.

De stilte der hemelen raakt los, voorgoed, van
Отдельно от небесного пребудет
die der gevallen landen, op het einde van de wereld,
вовек уже земная пустошь и
zoals ook van de stilte der hondenhokken.
отдельно ж молчанье собачьих будок.
In de lucht een vluchtende vogelschaar.
И мы увидим мечущихся птиц.
We zien straks de opgaande zon,
И солнце, восходящее уже,
stom als een krankzinnig pupilgat en.
как бешенный зрачок немое и
als een loerend wild dier, rustig.
спокойное, как зверь настороже.

Ik echter, wakend in mijn ballingschap,
Но неприкаянному отщепенцу,
want hoe zou ik die nacht ook kunnen slapen,
уснуть нельзя мне будет в эту ночь,
woel als een boom met duizend bladeren
и трепеща, как дерево трепещет,
en spreek zoals een boom, bij nachttij:
заговорю в ночи я как оно:

Kennen jullie het trekken der jaren
Знаете вы теченье лет, видали 
langs gekreukte velden, de stromende tijd?
коросту лет на землях, дюны дней?
En begrijp je ook de rimpels der sterfelijkheid,
Морщина преходящего видна ли, 
op mijn handrug de verweerde lijnen?
ясна ли вам в коре руки моей?
Weet je een naam voor zo’n eenzaamheid?
И как зовут по имени сиротство?
En weet je welke pijn hier
И знаете ли вы, какая боль
op gespleten hoeven en vliezige poten
тут топчет тьму всевечную и топчет 
door het eeuwige donker treedt?
расщепленным копытом? Всех неволь
De nacht, de koude, de kuil,
увидите ли стылое корыто, 
het wegdraaien van een geschoren hoofd,
в косом рывке обритой головы
kén je ook de verkleumde troggen en
узнаете ли холод, ночь и яму,
het in diepste diepten sluimerende leed?
и муку зла узнаете ли вы?

De zon is op. Een handvol bomen, zwart en dood
Восход. Не больше прутика, чернея,
tegen de lucht van kwaad infrarood.
деревья в инфракрасном гневе неба.

Zo ga ik. Alom vernieling.
Так выхожу я гибели Навстречу
Zo stapt een mens voort, zonder geluid.
беззвучным шагом, человек.
Bezit niets. Zijn schaduw.
С собою ничего, лишь тень.
Een stok. Zijn kamppak. Huid.
Да палка. В арестантское одет.

II.
2
Hiervoor leerde ik lopen! Voor deze
Для них учился я ходить! Для этих
late, bittere gang.
поздних, горьких шагов и жил на свете.

En straks wordt het avond. Nacht-slijk
Панцирем грязи ночь на мне засохнет,
koekt op mij aan en ik sla onder dichte wimpers
и я под веками до самого конца
dit trekken verder gade, de koortsige
стеречь буду тот путь в сполохах,
kleine bomen met hun tere takjes.
те веточки и деревца.
Het hete bosje, blad voor blad.

Ooit lag hier het paradijs.
Горячий, весь до листика лесок. 
In halfslaap komt de pijn weer:
Ведь рай, я знаю, здесь был где-то.
ik hoor zijn machtige bomen!
И снова болью в полусон:

стволов его гуденье!
Terug wilde ik, eindelijk terug,

zoals ook Hij weeromkwam in de Schrift.
Как я домой хотел, домой вернуться,
Op het erf mijn gruwelijke schaduw.
как тот, из Библии, в конце концов. 
Verweerde stilte, oude ouders in het huis.
Тень во весь двор, моя, и тени ужас.
Daar komen ze al, roepen mijn naam, huilen,
Молчанье в трещинах, дом, мать с отцом,
de stakkers, en omhelzen mij strompelend.
идут уже, зовут, как постарели,
De oerorde neemt me weer op.
и плачут, обнимают неуклюже.
Ik leun over windkoele sterren –
Вновь принятым в уклад времён,

о россыпь звёзд облокотясь наружу –
Kon ik je nu maar spreken

die ik zo liefhad! Jaar na jaar
Только б сейчас, с тобой, единым словом,
bleef ik het herhalen, zoals een kind dat in
кого я так любил. Как в детстве 
een spleet van de schutting huilt:
вплакиваешь в щель меж досок 
de langzaam stikkende hoop
всё ту же, чуть жива, надежду
dat ik eens terugkwam en je zou vinden.
что приду, и ты найдёшься,
Je nabijheid klopt in mijn keel.
годами, безотступно, веря.
Ik ben als een wild dier, zo angstig.
В горле колотится: ты здесь.

Я жду, встревоженнее зверя.
Je woorden, de taal der mensen

spreek ik niet meer. Er leven vogels
Слова твои и человечья речь
die nu met splijtend hart vluchten
мне недоступны. Только птицы живы, 
onder een hemel in vuur en vlam.
под небом мечутся, небо в огне.
Verlaten latten staan in een gloeiend veld
Из тлеющего поля сиротливо
en roerloos brandende kooien.
тут, там, обугленная жердь 
Ik versta de menselijke taal niet
и клетки догорают, недвижимы.
en ik spreek niet wat jij spreekt.

Mijn woorden zijn nog daklozer dan het woord!
Мне непонятна человечья речь,
Ik heb niet eens woorden.
и языком твоим я не владею.

Слово моё бесприютней слова! 
Een vreselijk gewicht
И слова нет.
glijdt af langs de hemelboog.
Невыносимый гнёт
Het lichaam van een toren geeft geluid.
его ссыпается, и где-то

столб башни звуки издаёт.
Je bent nergens. Wat is de wereld leeg.

Tuinstoelen, een ligstoel, daar. Vergeten.
И нет тебя. Как же мир пуст.
Mijn schaduw rinkelt tussen scherpe stenen.
Шезлонг, в саду забытый стул.
Ik ben moe. Een mens die uit de aarde steekt.
Тень моя, дребезжа в щебёнке острой.

Устал я. Из земли торчащий остов.
III.

God ziet mij in de zon staan.
3 
Hij ziet mijn schaduw over stenen en hek.
Видит Бог, как я стою на солнце.
Hij ziet mijn schaduw ademloos staan
Тень видит на заборе и на щебне.
in de wurgpers van luchtledigheid.
И видит, как дыханья не хватает

тени моей в сдвигающейся щели.
Dan ben ik al gelijk een kiezel;
Тогда иссечен тысячью борозд,
dood plooisel, schets van duizend kerven.
и я буду уже мертвее камня;
Dan is al wat van het gezicht der schepsels bleef
в щебёнку с добрую ладонь
een handvol gruis. Wat scherven.
утрусится уже лицо созданья.

En in plaats van tranen: rimpels. Over het gelaat
Морщины вместо слёз по лицам; 
stromen de lege, lege greppels, traag.
и каплет в ров, и ров пустой струится.


添加译本