Dal az időrőlZsuzsa Rakovszky

Lied over de tijdGyörgyi Dandoy, Rogi Wieg 译


Fésű földben, karóra víz alatt,
Kam in de grond, onder water een horloge,

vogellijk onder de sneeuw…
madártetem a hóban…
Een kerstkaart, honderd jaren oud

in de door een bom geraakte lade.
Száz év előtti karácsonyi lap
Een pak met foto’s: wie nergens meer is,

staat aan de waterkant, buigt zich over een kind,
a bombatalálat érte fiókban.
zijn donkere haar wordt door de zomerwind uiteengewaaid.

Scherven komen onder de ruïnes van een huis vandaan,
Fényképcsomag: aki már nincs sehol,
afgebrand in het vuur van de tijd.

vízparton áll, gyerek fölé hajol,
Het doffe licht van een zaklantaarn spant zich in

om maar iets uit de nacht te kunnen redden.
sötét haja lobog a nyári szélben.
Om wat er niet is, tot een geleend-zijn te ontvlammen.

Tot as geworden decennia van het verleden
Szilánkok egy ház romjai alól,
zouden opflitsen in een scherf van een gebroken spiegel.

Zoals het schuim kolkt op de steen,
amely leégett az idő tüzében.
zoals de ring zich verspreidt op het geluidloze water –

uiteindelijk blijft het rimpelloze niet-zijn,
Fakó zseblámpafény erőlködik,
alsof er nooit iets zou zijn geweest.

hogy kimentsen az éjből valamit.
Kam in de grond, een horloge onder water,

vogellijk onder de sneeuw slaat men gade…
Kölcsön-létre lobbantsa, ami nincs.
Een kerstkaart, honderd jaren later,

in een door een bom geraakte lade.
A múlt kihamvadt évtizedeit
Een pak met foto’s: wie nergens meer is, staat

aan de waterkant, buigt zich over een kind,
villantaná törött tükördarab.
zijn donkere haar uiteengewaaid door de zomerwind.

Scherven komen onder ruïnes van een huis vandaan
Ahogy a kő fölött beforr a hab,
in het vuur van tijd is het vergaan.

ahogy a gyűrű szétfut a hangtalan vizen –
Het doffe licht van een zaklantaarn spant zich in

om maar iets uit de nacht te redden, te zien.
a végén ránctalan nemlét marad,
Om te ontvlammen wat er niet is tot een geleend-zijn.

Tot as geworden decennia van het verleden zouden zijn
mintha sosem lett volna semmi sem.
als een flits in een scherf van een gebroken spiegel.
Zoals het schuim kolkt op de steen,
zoals de ring zich verspreidt op het geluidloze water – geen-
zijn blijft, rimpelloos, aan het einde,
alsof er nooit iets zou zijn geweest in het zijnde.


添加译本