Hij laat je los en schept je opnieuw
Elenged, és érintései tűnt
uit de verdwenen sporen van zijn aanrakingen:
nyomaiból mégegyszer megteremt:
zo, zoals je voor hem ophoudt te bestaan.
úgy, ahogyan az ő számára megszűnsz.
Alsof het vlees van een vrucht zou schrompelen,
Mintha egy gyümölcs húsa zsugorodna,
zich van de schil terugtrekkend, naar binnen.
elhúzódva a héjtól, befelé.
Wat kun je voor hem blijven? wat niet eens meer
Mije maradhatsz? annak, ami már
op zoek is naar het vluchten door jou,
nem is a rajtad át való menekvést,
maar het binnenste punt zoekt,
de a legbelső pontot keresi
tot waar hij in jou kan reiken,
ami belőled még elérhető,
waar hij kan gaan stralen, want dat is het enige,
hol sugározni kezdhet, mert egyetlen,
en alleen zichzelf raakt hij aan, wat van hem is –:
s csak önmagához ér, ami övé –:
Een firmament komt tussen jou en hem. Maar als je
Égbolt kerül közéd s közé. De ha
niet tot over het firmament voor hem
nem az ő égbolton túlija
reikt zelfs zo, wat ben je dan? – waar het
maradsz még így is, mi vagy? – ahol a
hart van het niet voorbijgaan plotseling
nem-mulás szive hirtelen
overslaat? materiaalfout? – waarin?
kihagy? anyaghiba? – miben?